De gemiddelde hypotheek per leeftijd verschilt in Nederland aanzienlijk: jonge starters lenen naar verhouding veel ten opzichte van hun inkomen, terwijl veertigers en vijftigers hun hypotheek al deels hebben afgelost. Wie rond de 30 jaar een eerste woning koopt, leent naar schatting tussen de 300.000 en 380.000 euro in 2026, afhankelijk van de regio en het inkomen. Oudere kopers lenen gemiddeld minder, maar hebben soms ook een duurdere woning op het oog.
Hieronder zie je per leeftijdscategorie hoe de gemiddelde hypotheekschuld eruitziet, wat de verschillen verklaart en waar je op moet letten als je je eigen situatie wilt vergelijken.
Gemiddelde hypotheek per leeftijd in een overzicht
Exacte officiële cijfers per leeftijdsjaar zijn lastig te vinden, maar op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en algemeen bekende marktcijfers geeft de onderstaande tabel een realistisch beeld van de gemiddelde uitstaande hypotheekschuld per leeftijdscategorie. Het gaat hier om de nog openstaande schuld, niet om het oorspronkelijk geleende bedrag.
| Leeftijdscategorie | Gemiddelde uitstaande hypotheekschuld (schatting 2026) |
|---|---|
| 25 tot 30 jaar | Naar schatting rond 280.000 tot 340.000 euro |
| 30 tot 40 jaar | Naar schatting rond 320.000 tot 390.000 euro |
| 40 tot 50 jaar | Naar schatting rond 250.000 tot 320.000 euro |
| 50 tot 60 jaar | Naar schatting rond 160.000 tot 250.000 euro |
| 60 tot 70 jaar | Naar schatting rond 80.000 tot 160.000 euro |
| 70 jaar en ouder | Naar schatting rond 40.000 tot 90.000 euro |
De piek in hypotheekschuld ligt bij de 30 tot 40-jarigen. Dat is de groep die het vaakst een eerste of tweede woning koopt, en bij wie de hypotheek nog nauwelijks is afgelost. Na het veertigste levensjaar daalt de gemiddelde schuld geleidelijk.
Waarom jonge kopers relatief veel lenen
Starters op de woningmarkt, ruwweg tussen de 25 en 35 jaar, lenen doorgaans het maximale dat hun inkomen toelaat. Ze hebben weinig eigen spaargeld opgebouwd en maken vaak gebruik van de volledige leencapaciteit. Bijkomend nadeel: ze kopen op een moment dat woningprijzen hoog zijn, wat de hypotheeksom verder opdrijft.
Stel je bent 28 jaar oud en koopt een woning van 375.000 euro. Met 2 procent eigen inbreng (bijkomende kosten) heb je weinig eigen vermogen om in te brengen. Je hypotheek bedraagt dan al snel 360.000 euro of meer. Dat is voor veel starters de realiteit in 2026, vooral in stedelijke gebieden zoals Amsterdam, Utrecht of Den Haag.
Wat dit extra kwetsbaar maakt: bij jonge huizenkopers is de overwaarde nog gering. Als de woningprijzen dalen, kan de hypotheek hoger uitvallen dan de woningwaarde. Dit noem je een “onderwatersituatie”.
De hypotheek per leeftijd daalt door aflossing en overwaarde
Vanaf het veertigste levensjaar neemt de gemiddelde hypotheekschuld af. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste lossen mensen af, al dan niet via een annuïtaire of lineaire hypotheek. Ten tweede stijgt de woningwaarde in veel gevallen, waardoor de overwaarde groeit. Bij doorstromers wordt die overwaarde vaak ingezet bij de aankoop van een volgende woning, waardoor de nieuwe hypotheek lager uitvalt.
Een 50-jarige die zijn eerste woning in 2005 heeft gekocht, heeft inmiddels twintig jaar afgelost én profiteert van een forse waardestijging. De uitstaande schuld is daardoor vaak beduidend lager dan het oorspronkelijk geleende bedrag. Dat maakt de netto vermogenspositie bij deze leeftijdsgroep doorgaans sterk positief, zelfs als de bruto schuld nog in de tonnen loopt.
Regio maakt een groot verschil
De gemiddelde hypotheek per leeftijd verschilt sterk per regio. In de Randstad liggen woningprijzen structureel hoger, wat leidt tot hogere hypotheken op elke leeftijd. Buiten de Randstad, in provincies als Groningen, Friesland of Zeeland, zijn woningprijzen lager en is de gemiddelde hypotheekschuld navenant kleiner.
Een 35-jarige in Amsterdam leent naar schatting 80.000 tot 120.000 euro meer dan een even oude koper in Groningen. Dat heeft directe gevolgen voor de maandlasten en voor het risico bij een eventuele waardedaling.
Hypotheek of vermogen: hoe verhoudt dit zich?
Een hypotheek is een schuld, maar staat niet los van het vermogen. Wie een woning heeft, heeft ook een bezitting. Bij het bepalen van het nettovermogen per leeftijd geldt de vuistregel: woningwaarde minus uitstaande hypotheek is de overwaarde. Die overwaarde telt mee als positief vermogen.
Uit gegevens van de Knab Vermogensbieb (update 2026) blijkt dat bij schulden van Nederlanders de hypotheek verreweg de grootste post is, naast schulden zoals studieschulden of leningen. Het nettovermogen van Nederlanders stijgt gemiddeld met de leeftijd, juist omdat de hypotheekschuld daalt terwijl de woningwaarde hoog blijft.
Wanneer is jouw hypotheek “normaal” voor jouw leeftijd?
Een hypotheek is niet goed of slecht puur op basis van het bedrag. Wat telt is de verhouding tot je inkomen en woningwaarde. Gangbare vuistregels:
- Een hypotheek van maximaal 4,5 keer je bruto jaarinkomen geldt als de wettelijke bovengrens in Nederland (afhankelijk van je situatie).
- Een loan-to-value (LTV) van maximaal 100 procent is toegestaan bij aankoop. Zit je daarboven, dan ben je technisch “onder water”.
- Hoe ouder je bent, hoe minder resterende looptijd je hebt. Een hoge hypotheek op je 55ste vraagt om een strak aflossingsplan richting pensioen.
Zit je met jouw hypotheek ver boven het gemiddelde voor jouw leeftijd, dan hoeft dat geen probleem te zijn als je inkomen en woningwaarde meegroeien. Zit je er ver onder, dan is dat vaak een teken van een gezonde vermogenspositie of een vroeg gestarte aflossing.
De gemiddelde hypotheek per leeftijd geeft een nuttig referentiepunt, maar vergelijk je situatie ook altijd met je eigen inkomen, woningwaarde en plannen voor de komende jaren. Wil je weten of jouw hypotheek past bij jouw leeftijd en inkomen, dan is een gesprek met een onafhankelijk hypotheekadviseur de meest betrouwbare stap.


