De gemiddelde kosten voor kinderopvang bedroegen in 2023 zo’n 3.210 euro per jaar voor ouders met één kind, na aftrek van de kinderopvangtoeslag. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. De totale rekening voor één kind lag gemiddeld op 6.130 euro, maar dankzij de toeslag hielden ouders dus minder dan de helft zelf over. Hoeveel jij betaalt, hangt sterk af van je inkomen, het type opvang en het aantal uren dat je afneemt.
Hoe de gemiddelde kosten kinderopvang zijn opgebouwd
De kosten van kinderopvang bestaan uit twee delen: de volledige factuur van de opvang zelf, en wat jij na toeslag nog zelf bijbetaalt. De overheid vergoedt via de kinderopvangtoeslag een deel van de opvangkosten, maar dat deel verschilt per gezin. Hoe hoger je inkomen, hoe lager de toeslag die je ontvangt. Ouders met een laag inkomen kunnen rekenen op een vergoeding van bijna de volledige kosten, terwijl ouders met een hoger inkomen al snel de helft of meer zelf betalen.
Het CBS berekende over 2023 dat ouders met één kind gemiddeld 6.130 euro aan opvangkosten hadden. Na de kinderopvangtoeslag resteerde gemiddeld 3.210 euro als eigen bijdrage. Dat komt neer op iets meer dan 267 euro per maand, gemiddeld genomen. Dit getal is een gemiddelde: de werkelijke kosten per gezin kunnen flink hoger of lager uitvallen.
Wat bepaalt hoeveel jij betaalt?
Vier factoren hebben de meeste invloed op je eigen bijdrage:
- Je toetsingsinkomen. Dit is het gezamenlijke inkomen van jou en je partner. Hoe hoger dit inkomen, hoe kleiner het percentage dat de overheid vergoedt.
- Het type opvang. Dagopvang (voor kinderen tot 4 jaar), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderopvang kennen elk eigen uurtarieven. De overheid vergoedt alleen tot een vastgesteld maximumuurtarief. Betaalt jouw opvang meer dan dit maximum, dan draai je zelf op voor het verschil.
- Het aantal uren opvang. De toeslag geldt alleen voor de uren dat je werkt of een opleiding volgt. Meer uren betekent een hogere totaalrekening, ook al loopt de toeslag mee omhoog.
- Het aantal kinderen. Voor een tweede kind in de opvang gelden gunstigere toeslagpercentages. Gezinnen met meerdere kinderen betalen daardoor per kind gemiddeld minder.
Rekenvoorbeeld: wat betaal je bij een modaal inkomen?
Stel: je hebt samen een toetsingsinkomen van circa 60.000 euro per jaar (naar schatting een veelvoorkomende situatie in 2024). Je kind gaat vier dagen per week naar de dagopvang. Bij een uurtarief tot het maximumuurtarief en ongeveer 40 weken opvang per jaar, kan de eigen bijdrage al snel uitkomen op 200 tot 400 euro per maand, afhankelijk van het exacte inkomen en het aantal uren. Dit zijn schattingen op basis van de bekende toeslagpercentages; de Belastingdienst biedt een rekentool waarmee je je eigen situatie precies kunt doorrekenen.
Betaalt jouw opvang meer dan het maximumuurtarief, dan wordt het verschil niet vergoed. Dat kan zomaar 1 tot 2 euro per uur extra kosten, oplopend tot honderden euro’s per jaar bovenop de gemiddelde eigen bijdrage.
Eigen bijdrage versus de volledige rekening: let op het verschil
Een veelgemaakte denkfout is dat ouders de toeslag als vanzelf ontvangen. Je vraagt de toeslag aan bij de Belastingdienst, en je ontvangt hem als voorschot. Achteraf vindt een definitieve afrekening plaats. Als je inkomen in werkelijkheid hoger uitvalt dan je had opgegeven, moet je de toeslag (deels) terugbetalen. Reken dus niet te ruim met het bedrag dat je op papier terugkrijgt.
Daarnaast geldt de toeslag alleen als je kind gebruikmaakt van geregistreerde opvang. Informele opvang door familie of een ongeregistreerde oppas valt daar niet onder.
De gemiddelde eigen bijdrage van 3.210 euro in 2023 geeft een goed startpunt, maar jouw werkelijke kosten kunnen hier behoorlijk van afwijken. Gebruik de toeslagcalculator van de Belastingdienst met je eigen inkomen en het verwachte aantal opvanguren om een betrouwbare schatting te maken van wat jij per jaar kwijt bent aan kinderopvang.


