Het gemiddelde waterverbruik per persoon in Nederland ligt rond de 120 tot 130 liter per dag. Dat klinkt als veel, maar als je kijkt naar wat je op een gewone dag allemaal doet met water, valt het al snel op zijn plek. Douchen, toilet doortrekken, afwassen, koken: het loopt snel op.
Hoeveel water gebruikt een huishouden per persoon?
Het verbruik verschilt per huishoudensgrootte. Volgens Waternet gelden de volgende gemiddelden:
| Huishoudensgrootte | Gemiddeld per persoon per dag |
|---|---|
| 1 persoon | 192 liter |
| 2 personen | circa 130 tot 140 liter |
| Groter gezin | circa 100 tot 120 liter |
Een eenpersoonshuishouden verbruikt per persoon beduidend meer dan iemand in een groter gezin. Dat komt doordat bepaalde activiteiten, zoals de vaatwasser aanzetten of het bad vullen, vaste hoeveelheden water kosten die je niet deelt. Met meer mensen in huis verdeel je dat vaste verbruik over meer personen, en daalt het gemiddelde per hoofd.
Waar gaat al dat water naartoe?
Het meeste water in een gemiddeld huishouden gaat naar de douche en het toilet. Samen zijn die twee goed voor meer dan de helft van het dagelijkse verbruik. Een globale verdeling ziet er zo uit:
- Douchen: circa 50 tot 60 liter per keer (bij een douchebeurt van 7 tot 8 minuten)
- Toilet doortrekken: 6 tot 9 liter per spoelbeurt
- Wasmachine: 50 tot 80 liter per wasbeurt
- Vaatwasser: 10 tot 15 liter per beurt
- Koken en drinken: 5 tot 10 liter per dag
- Handen wassen, poetsen, overig: 10 tot 20 liter
Douchen is veruit de grootste post voor de meeste mensen. Wie een minuut korter doucht, bespaart al snel 7 tot 10 liter per beurt. Over een jaar loopt dat op tot duizenden liters per persoon.
Is 120 tot 130 liter per dag veel of weinig?
Ter vergelijking: in veel Afrikaanse landen ligt het dagelijkse waterverbruik per persoon onder de 20 liter. In de Verenigde Staten is het gemiddelde juist veel hoger, naar schatting 300 tot 380 liter per persoon per dag. Nederland zit daarmee in de middenmoot van westerse landen, al is er zeker ruimte om zuiniger te zijn.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat 50 liter per dag per persoon voldoende is voor basisbehoeften: drinken, koken, persoonlijke hygiëne en basisreiniging. Alles daarboven is comfort. Het gemiddelde waterverbruik in Nederland ligt dus ruim boven dat minimum, wat past bij een hoge levensstandaard, maar ook aangeeft dat er besparingspotentieel is.
Wanneer wijk jij af van het gemiddelde?
Er zijn een paar situaties waarin je waterverbruik per persoon flink kan afwijken van het gemiddelde. Een bad vullen kost al snel 150 tot 200 liter in één keer, wat je dagverbruik direct verdubbelt. Ook een tuin besproeien met een tuinslang telt snel op: 10 tot 15 minuten sproeien staat gelijk aan 100 tot 150 liter extra. Aan de andere kant: wie bewust met kortere douchebeurten en spaardouchekop werkt, kan al snel onder de 80 liter per dag uitkomen.
Kinderen verbruiken gemiddeld minder water dan volwassenen, waardoor gezinnen met jonge kinderen soms lager uitkomen dan het gemiddelde watergebruik per persoon suggereert. Ouderen en thuiswerkers gebruiken juist vaker iets meer, omdat ze de hele dag thuis zijn.
Je eigen waterverbruik berekenen
Je kunt je persoonlijke dagverbruik schatten door je jaarlijkse waterrekening te bekijken. Deel het totale aantal kubieke meters (m³) door het aantal personen in je huishouden, en deel dat getal dan door 365. Eén m³ is 1.000 liter. Zo zie je snel of je boven of onder het Nederlandse gemiddelde zit.
Voorbeeld: stel dat een gezin van twee mensen 90 m³ per jaar verbruikt. Dat is 90.000 liter, gedeeld door 2 personen, gedeeld door 365 dagen. Uitkomst: circa 123 liter per persoon per dag. Dat zit netjes rond het gemiddelde voor een tweepersoonshuishouden.
Het gemiddeld waterverbruik per persoon is dus geen vast getal, maar hangt sterk af van hoe je woont en wat je dagelijks doet. Wie wil weten of er ruimte is om te besparen, begint het beste met douchen en toiletspoeling, want daar zit het grootste effect voor de minste moeite.


