Gemiddeld spaargeld per leeftijd in Nederland: wat is normaal?

Interessant artikel? Je kunt het delen!

Gemiddeld spaargeld per leeftijd in Nederland: wat is normaal?

Het gemiddelde spaargeld per leeftijd in Nederland loopt enorm uiteen: huishoudens tot 25 jaar hadden in 2024 gemiddeld €10.800 op de bank, terwijl 35- tot 45-jarigen al een stuk meer hadden opgebouwd. Hoe ouder je wordt, hoe hoger het spaarbedrag doorgaans is, maar de verschillen binnen elke leeftijdsgroep zijn groot. Hieronder zie je wat gebruikelijk is per levensfase en hoe jij je eigen situatie kunt vergelijken.

Gemiddeld spaargeld per leeftijd: een overzicht

Uit cijfers van Knab over 2024 blijkt dat jongeren tot 25 jaar gemiddeld €10.800 aanhouden. Dat is logisch: je bouwt dan net een inkomen op, de vaste lasten zijn relatief laag, maar er is ook weinig tijd geweest om te sparen. Bij 35- tot 45-jarigen ligt het gemiddelde al een stuk hoger, al zijn de exacte bedragen voor alle tussenliggende leeftijdsgroepen niet allemaal publiek beschikbaar als harde cijfers. Op basis van wat algemeen bekend is over vermogensopbouw in Nederland, geeft onderstaande tabel een indicatief beeld.

Leeftijdsgroep Indicatief gemiddeld spaargeld
Tot 25 jaar €10.800 (2024, bron: Knab)
25 tot 35 jaar Naar schatting €15.000 tot €25.000 in 2024
35 tot 45 jaar Hoger dan jongere groepen (2024, bron: Knab)
45 tot 65 jaar Naar schatting het hoogst vóór pensionering in 2024
65 jaar en ouder Naar schatting daalt het saldo geleidelijk in 2024

Let op: het gaat hier om gemiddelden van huishoudens, niet van individuen. Een huishouden van twee personen telt mee als één eenheid, wat de bedragen beïnvloedt. Bovendien trekt een kleine groep mensen met een heel hoog spaarsaldo het gemiddelde flink omhoog. De mediaan, het bedrag waarbij de helft meer en de helft minder heeft, ligt in de meeste leeftijdsgroepen lager dan het gemiddelde.

Waarom loopt spaargeld zo sterk uiteen per leeftijd?

De verklaring is grotendeels praktisch. In je twintigste heb je misschien net een studie afgerond, mogelijk een studieschuld, en sta je aan het begin van je carrière. Je inkomen is lager en je hebt minder jaren gehad om te sparen. Naarmate je ouder wordt, stijgt je inkomen doorgaans, worden leningen afgelost en stapelt het spaargeld zich op.

Tussen 35 en 55 jaar komen er vaak grote uitgaven bij, zoals een koophuis, een verbouwing of kinderen. Die kosten remmen de groei van het spaarsaldo af. Tegelijk verdienen veel mensen in deze fase meer dan ooit. Het netto resultaat verschilt sterk per situatie. Iemand die op zijn dertigste een huis koopt, kan zijn spaargeld tijdelijk bijna volledig inzetten als eigen inbreng, terwijl een huurder in dezelfde leeftijdsgroep een hoger saldo aanhoudt.

Na het pensioen daalt het spaargeld bij veel mensen geleidelijk. De inkomsten uit werk stoppen, en mensen leven deels van hun opgebouwde vermogen, aangevuld met pensioen en AOW.

Wat is een gezond spaarbedrag voor jouw leeftijd?

Er is geen officieel “goed” bedrag. Een veelgebruikte vuistregel is dat je drie tot zes maanden netto-inkomen achter de hand houdt als buffer voor onverwachte kosten, zoals een kapotte wasmachine, een periode zonder werk of een medische rekening. Bij een netto maandinkomen van €2.500 is dat dus €7.500 tot €15.000 als minimale buffer, ongeacht je leeftijd.

Alles boven die buffer kun je in principe laten werken: denk aan een hogere spaarrente, een beleggingsrekening of het aflossen van schulden. Alleen op een gewone betaalrekening laten staan kost je bij hoge inflatie koopkracht, zonder dat je er iets voor terugkrijgt.

  • Tot 25 jaar: focus op het opbouwen van een basisreserve van minimaal €5.000 tot €10.000.
  • 25 tot 35 jaar: bouw de buffer verder op en denk na over doelen zoals een huis of aanvullend pensioen.
  • 35 tot 55 jaar: controleer of je spaargeld nog in verhouding staat tot je inkomen en verplichtingen.
  • Boven 55 jaar: kijk hoe je spaargeld zich verhoudt tot je verwachte pensioeninkomen en toekomstige kosten.

Vergelijken met het gemiddelde: nuttig of misleidend?

Het gemiddelde spaargeld per leeftijdsgroep is een handig referentiepunt, maar zegt weinig over jouw situatie. Iemand met een koophuis heeft een groot deel van zijn vermogen in de woning zitten en misschien minder op de spaarrekening, terwijl zijn totale vermogen heel gezond is. Iemand met een hoge huur heeft misschien juist meer liquide spaargeld nodig.

Woon je in een dure stad, heb je een flexibel contract of ben je zzp’er? Dan is een grotere buffer verstandiger dan het gemiddelde doet vermoeden. Ben je in loondienst met een vast contract en geen grote schulden? Dan kun je misschien met minder toe en het overige laten renderen.

Het meest concrete wat je kunt doen: bereken je eigen maandelijkse vaste lasten, vermenigvuldig dat met zes, en gebruik dat als je persoonlijke ondergrens. De vergelijking met leeftijdsgenoten is interessant als context, maar de buffer die past bij jouw situatie is altijd het uitgangspunt.

Heb je een aanvulling?

Heb je naar aanleiding van het lezen van dit artikel een aanvulling? Of heb je een andere interessant onderwerp op gebied van budgettering? Laat het ons dan vooral weten!

Over de auteur

Heb je interessant nieuws voor op onze website?

Wij horen graag nieuwe ideeën aan en komen graag tot nieuwe (budget)inzichten.

Inhoudsopgave